logo-BMA

Ontwerpers en makers van schoenen, tassen, kleding en de modevakscholen.
Voor liefhebbers van ambachtelijk gemaakte mode en accessoires.

  

word lid de Branchevereniging Mode Ambachten

Tine Boelaars over pasvormproblemen

studieavond-midden_tine-boelaars.png Verslag van studieavond 3 oktober 2014

Over deze avond van District Midden met een lezing van Tine Boelaars kan ik geen spannend verhaal vertellen: ”Taaie kost”, zoals zij zelf meermalen zei.
Maar… wat zal het met name de eerste keren dat zij een klant pas zag, nadat ze aan de hand van een toegestuurde matenlijst en een schets een toile had gemaakt, spannend zijn geweest voor haarzelf. Komt het beeld dat zij zich had gevormd wel overeen met de werkelijkheid! Tine vertelde dat ze een lijst kreeg met de maten, zoals opgemeten door mensen uit de salon of het atelier. En een schets van het model, dat ze geacht werd voor de klant te maken. Een schets, zoals dat gaat van een lange slanke vrouw, zelden het figuur van de betreffende cliënte.

Meetfouten

Iedereen kan meetfouten maken. Tine heeft zoals zovelen in het vak les gehad van Lenie Rief en heeft van haar geleerd te werken met berekende maten. Ze gebruikt beide, want noch het één noch het ander is geheel betrouwbaar en de combinatie biedt haar wel het gewenste resultaat. Wanneer ze de gemeten maten kreeg van de salon begon een studie, een puzzel. Ze berekende aan de hand van de opgegeven maten de bijbehorende, volgens het systeem Müller/Rundschau. En tussen de twee lijsten kan een aanmerkelijk verschil zitten. Waardoor? Waarom? Is er sprake van lange of korte benen of juist van een lang of kort bovenlijf? Liep mevrouw misschien wat voor- of juist achterover? Heeft ze een ronde rug? Een dikke buik of maag, een geprononceerd zitvlak, brede heupen, of is ze juist tenger en heeft ze geen billen? Wat is er te zeggen over de omtrek van de bovenarmen? Hoe moet het armsgat geplaatst worden? En dan wordt een derde, haar eigen werklijst eraan toegevoegd.

Het begin

Tine begint met de rugbreedte, van okselkneepje tot okselkneepje; ze deelt de uitkomst door twee trekt er 1 tot 1½ cm af, omdat het gemeten deel hoger ligt dan de busteomtrek die ze wil weten en omdat de rug daar net wat breder is. Dan meet ze glad om de bovenarm, hoog net onder de oksel, en rekent de helft daarvan uit; trekt er 4 cm (voor dunne armen) tot 6 cm (voor dikke armen ) af wat in de praktijk meestal neer komt op 5 cm. Tot slot meet ze de borstbreedte; dat is het moeilijkste en daar komen nogal eens foutjes door in de praktijk.
Ze zoekt de armsgatlijn op en maakt vanaf het diepste punt, daar waar je normaal de borstbreedte meet, een denkbeeldige lijn naar beneden tot op bustehoogte. Nu legt ze de centimeter over de buste van de ene, denkbeeldige, lijn naar de andere; dat is de maat die ze nodig heeft en die wordt ook weer door twee gedeeld. Opgeteld heeft ze nu een goede (halve!) bovenwijdte om het patroon op te zetten.
Wij meten bij elkaar in twee sessies, een keertje meteen in het rond zoals we gewend zijn én op de manier zoals net uitgelegd. Dan komen inderdaad verschillen met de vorige meting naar voren. We hebben nu trapsgewijs gemeten, de rugbreedte hoger dan de voorbreedte en de armsgatmaat daar tussenin. Meestal betekent dit dat jij je patroon ruimer opzet en dat heeft ook als voordeel, dat mocht het toch net iets teveel zijn, je kunt innemen, wat toch makkelijker gaat dan uitleggen
Al die maten en een aantal hoogtematen, worden uitgezet in drie kolommen: gemeten maten, berekende maten en werkmaten.

De toile

Die laatste ontstaan als er grote verschillen zijn tussen de gemeten en de berekende matenlijst. Op basis van het idee dat Tine zich inmiddels heeft gevormd omtrent de proporties, de houding, de bijzonderheden van het figuur van de cliënt, worden die bepaald. Dan wordt de toile gemaakt en gaat ze op weg voor de eerste pas. De kleermaker ziet de cliënt voor het eerst. Dat moet spannend zijn. Lijkt het postuur van de klant op wat de kleermaker uit de maten heeft afgeleid? Nu komt het er op aan goed te observeren hoe het kledingstuk zit en valt. Want niet alleen te nauw of te wijd, te kort of te lang moet aangepast , heel belangrijk is het ook te zien hoe het kledingstuk valt. Bijvoorbeeld of de panden van een jasje aan de zoom wijken of dat ze juist over elkaar vallen. Beide is niet gewenst natuurlijk. Als alles gespeld is zoals het zal moeten worden gecorrigeerd -en nooit is een toile meteen exact passend- kan de schaar in het vaak kostbare materiaal dat de ontwerper heeft gekozen voor het uiteindelijke kledingstuk.

Inderdaad taaie stof, maar als 16 vrouwen, waaronder drie leerlingen van respectievelijk Gerda Visscher en Bettina Brouwer, zo lang aandachtig naar je luisteren, dan weet je het wel boeiend te brengen, Tine!
Dankjewel namens ons allen voor het delen van je kennis.

Gerelateerde artikelen

  

word lid de Branchevereniging Mode Ambachten

Cookies maken het eenvoudiger voor ons om onze diensten te leveren. Met het gebruik van onze diensten geef je ons toestemming om cookies te gebruiken.